Op 18 juli 2017 vonden twee zittingen plaats bij de rechtbank Amsterdam tegen de Autoriteit Persoonsgegevens

Gepubliceerd: 23 juli 2017

De eerste zitting (zaaknummer AMS 15/6762 WBP) betrof de juridische procedure tegen de AP omdat de toezichthouder tot nu toe niet handhavend is opgetreden tegen het uitblijven van een aangepaste, digitale declaratieprocedure, waarmee effectief kan worden voorkomen dat diagnose-informatie via het gehanteerde, toepasselijke DBC tarief alsnog terecht komt bij de zorgverzekeraar en het Diagnose Informatie Systeem (DIS). Het gaat hier om het feit dat er nog steeds geen officiele (uniforme) regeling is uitgewerkt door de NZa waarmee in de praktijk van de hulpverlening bij afgifte van een privacyverklaring op een duidelijke en betrouwbare manier effectief digitaal een “privacyproof” tarief kan worden gedeclareerd.

Hier kunt u de pleitnotitie (zaaknummer AMS 15/6762 WBP) van de KDVP lezen.

De tweede zitting (zaaknummer AMS 16/5329 BESLU) ging over het uitblijven van aanpassing van procedures en bedrijfsprocessen voor de verwerking van medische persoonsgegevens bij zorgverzekeraars zoals die eerder zijn vastgelegd in de Gedragscode Zorgverzekeraars. De rechtbank Amsterdam heeft op 13-11-2013 de goedkeuring van die Gedragscode door het CBP (sinds 1-1-2016 AP) vernietigd, aangezien de daarin beschreven procedures en bedrijfsprocessen geen juiste uitwerking vormden van Wbp en EVRM. Sindsdien heeft ZN geen nieuwe, aan het oordeel van de rechter aangepaste verwerkingsprocedures en bedrijfsprocessen doorgevoerd. Dit heeft tot gevolg gehad dat medische gegevens jarenlang op onrechtmatige wijze zijn verwerkt door zorgverzekeraars die via websites en contracten met zorgverleners hadden laten weten dat zij zich ook na de vernietiging van de door het CBP verleende goedkeuring gehouden wisten aan het bepaalde in de Gedragscode Zorgverzekeraars.

Overigens is in deze procedure ook gesteld dat de aanpassing van de Regeling Zorgverzekering in 2010 onjuist en onverbindend is omdat de daarin opgelegde algemene verplichting van zorgverleners om met doorbreking van hun beroepsgeheim zorgverzekeraars bij materiële controles inzage te geven in patiëntdossiers niet bij ministeriële regeling kan worden opgelegd, maar een regeling vergt in een wet in formele zin die toetsing aan noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en voorzienbaarheid kan doorstaan.

Hier kunt u de pleitnotitie (zaaknummer AMS 16/5329 BESLU) van de KDVP lezen.