Gepubliceerd: 18 november 2013

De rechtbank Amsterdam heeft op 13 november 2013 een voor het CBP zeer “pijnlijke” uitspraak gedaan in de juridische procedure van de Stichting KDVP tegen het goedkeuringsbesluit van het CBP van de Gedragscode Zorgverzekeraars. De zitting over deze goedkeuring door het CBP had plaatsgevonden op 21 februari 2013.

 

In haar oordeel stelt de rechter dat het CBP ten onrechte een goedkeuring heeft verleend aan een Gedragscode die niet alleen de betekenis van het medisch beroepsgeheim miskent, maar tevens in strijd is met privacybeginselen, vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Door de verwerking van medische persoonsgegevens te koppelen aan uiteenlopende “bedrijfsprocessen” als kwaliteitsbewaking,  marketing en zorgbemiddeling is geen sprake van helder en limitatief omschreven doelstellingen van gegevensverwerking zoals het EVRM verdrag vereist.

Als gevolg van het ontbreken van eenduidig geformuleerde doelstellingen in de Gedragscode Zorgverzekeraars zijn de in deze gedragscode omschreven verwerkingspraktijken - die een inbreuk vormen op de privacy van patiënten en het beroepsgeheim van zorgverleners - niet  getoetst op proportionaliteit en subsidiariteit zoals het EVRM vereist. Ten onrechte is geen onderzoek gedaan naar andere manieren van gegevensverwerking die geen inbreuk vormen op privacy en beroepsgeheim.

Bovendien is het CBP bij de goedkeuring van deze gedragscode  voorbij gegaan aan een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb)  over het belang van vertrouwelijkheid en privacy in de Geestelijke Gezondheidszorg. Deze uitspraak hield in dat bij de behandeling van psychische klachten bezwaar moet kunnen worden gemaakt tegen de verplichte uitwisseling van diagnose-informatie.

 

Het CBP is ertoe veroordeeld om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin hernieuwde goedkeuring van de Gedragscode Zorgverzekeraars wordt verbonden aan door Zorgverzekeraars Nederland - optredend als belanghebbende partij in deze procedure - te maken aanpassingen overeenkomstig overwegingen en oordelen van de rechtbank te Amsterdam.

Indien Zorgverzekeraars Nederland niet effectief uitvoering geeft aan deze uitspraak zal het CBP als toezichthouder daartegen handhavend moeten optreden.

Hier kunt u de gehele uitspraak lezen.

Gepubliceerd: 03 november 2013

Op 4 september 2013 heeft het CBP haar advies - met bijbehorende bijlage - uitgebracht over de voorgenomen vermelding van de zgn. zorgvraagzwaarte-indicator op declaraties. In de afweging ten aanzien van het verstrekken van diagnose-informatie in de vorm van de zorgvraagzwaarte-indicator op de nota, hanteert het CBP een onjuiste subsidiariteittoetsing, die niet in overeenstemming is met een juridisch relevante toetsing op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Een juridisch correcte subsidiariteittoetsing dient in te houden dat er uit degelijk onderzoek is gebleken dat niet een minder inbreukmakende manier is gevonden waarmee diagnose-informatie – in dit geval vervat in de zorgvraagwaarte-indicator - op declaraties kan worden uitgewisseld met zorgverzekeraars.

Daarnaast negeert het CBP in haar advies het feit dat de uitspraak van de CBb rechter ten aanzien van privacy en vertrouwelijkheid bij de behandeling van psychische klachten met name gebaseerd is op een oordeel met betrekking tot proportionaliteit. 

Hier kunt u de brief lezen die de KDVP op 1-11-2013 aan het CBP heeft gestuurd in reactie op haar advies ten aanzien van de zorgvraagzwaarte-indicator.

Gepubliceerd: 29 september 2013

De KDVP heeft de NZa er herhaaldelijk op gewezen dat de bezwaarregeling, zoals door de CBb rechter opgelegd, in de praktijk nog steeds niet effectief kan worden toegepast. Hoewel softwareleveranciers het mogelijk hebben gemaakt om DBC’s digitaal te kunnen valideren zonder dat diagnose-informatie wordt opgenomen in de nota, is vervolgens uit het eindbedrag van de gedeclareerde DBC alsnog de diagnose te herleiden.

Daarmee is de uitwerking van deze bezwaarregeling in feite een treffend voorbeeld van onverantwoordelijk overheidsgezag dat rechterlijke oordelen meent te kunnen negeren door  moedwillig, onvolledig en onzorgvuldig uitvoering te geven aan de uitspraken van het CBb met betrekking tot privacy in de GGZ.

In september heeft de NZa haar evaluatierapport gepubliceerd waarin wordt geëvalueerd hoe de bezwaarregeling in de praktijk functioneert. Naar de mening van de KDVP is het evalueren van een bezwaarregeling die door de NZa nog niet effectief toepasbaar is uitgewerkt, volstrekt onzinnig. Hier kunt u onze brief dd 13-9-2013 aan de Directie Curatieve Zorg van VWS lezen, die wij in reactie op hun schrijven dd 30-8-2013 hebben verzonden.

Gepubliceerd: 10 september 2013

KDVP attendeert media op 4-9-2013 via een persbericht op het binnenkort te verwachten evaluatierapport van de NZa over de bezwaarregeling in de GGZ. De NZa heeft tot op heden nagelaten de bezwaarregeling op zodanige wijze uit te werken dat deze in de praktijk effectief kan worden toegepast. Onder deze omstandigheden is een evaluatie van deze regeling zinledig en uiterst bedenkelijk. Lees hier het volledige persbericht.

Gepubliceerd: 28 augustus 2013

In het voorjaar van 2013 heeft de NZa met diverse partijen uit het veld gesprekken gevoerd over de werking van de bezwaarregeling. De CBb rechter had de NZa in zijn uitspraak van 21-3-2013 opgelegd om de bezwaarregeling na verloop van tijd te evalueren om te kunnen beoordelen of deze in de praktijk voldoet. De bezwaarregeling of opt-outregeling moet bij de behandeling van psychische klachten de mogelijkheid bieden om bezwaar te maken tegen het verschaffen van diagnostische informatie aan de zorgverzekeraar. Daartoe dient er een door cliënt en hulpverlener ondertekende privacyverklaring met de nota worden meegestuurd. In dat geval hoeft er geen diagnose op de declaratie en dient de verzekeraar de nota te vergoeden.

De NZa heeft tot op heden echter nagelaten om een in de praktijk toepasbare uitwerking van deze regeling op te stellen en te publiceren zodat zorgverleners in de GGZ – conform de uitspraak van de rechter – kunnen declareren zonder dat diagnostische gegevens met de zorgverzekeraar worden uitgewisseld. Op 17-6-2013 heeft de KDVP een brief over het nog steeds uitblijven van een effectieve, in de praktijk toepasbare bezwaarregeling aan de directeur Curatieve Zorg van het Ministerie van VWS gezonden.

En op 25-8-2013 hebben wij een brief gestuurd naar de Vaste Kamercommissie voor VWS - met kopieën naar Minister Schippers en de heer Langejan, voorzitter Raad van Bestuur van de NZa - om hen te attenderen op het feit dat het in dit najaar te verwachten evaluatieverslag van de NZa niet als betrouwbaar kan worden beschouwd, aangezien de NZa nooit voor een volledig effectieve, toepasbare bezwaarregeling heeft gezorgd.

Gepubliceerd: 31 juli 2013

Naar aanleiding van het voornemen van overheid en Zorgverzekeraars Nederland om binnen de GGZ vanaf 2014 nog meer gegevens op persoonsniveau op de nota aan de zorgverzekeraar te vermelden, heeft de KDVP een brief gestuurd aan het CBP. Het CBP is door bovengenoemde partijen al benaderd voor het verlenen van toestemming om vanaf 2014 de verplichting te doen ingaan dat o.a. de zorgvraagzwaarte op de rekening aan de zorgverzekeraar wordt vermeld. De KDVP heeft in haar brief gesteld dat vermelding van de zorgvraagzwaarte op de nota er niet toe mag leiden dat alsnog diagnose-informatie wordt doorgegeven aan de verzekeraar, indien de cliënt een privacyverklaring heeft afgegeven. Hier kunt u de brief aan het CBP lezen. Over vermelding van de zorgvraagzwaarte op de nota aan de zorgverzekeraar is ook een bericht gestuurd aan de beroepsverenigingen NVVP, NVvP, NIP en LVE, die als ondertekenaars van het Bestuurlijk Akkoord hun instemming hebben verleend aan deze verdere doorbreking van privacy en beroepsgeheim.

Gepubliceerd: 15 juli 2013

Indien clienten niet willen, dat hun diagnose/DBC op de nota naar de zorgverzekeraar gaat, dan dient de privacyverklaring van de NZa te worden opgestuurd naar de verzekeraar. Ingeval van de DBC “diagnostiek” is het aan te bevelen om tegelijk met het indienen van de nota de NZa privacyverklaring naar de zorgverzekeraar te sturen, om te voorkomen dat zorgverzekeraars na indiening van de declaratie toch bij de hulpverlener gaan informeren wat de exacte inhoud van de diagnose is.

Gepubliceerd: 09 juni 2013

KDVP heeft de NZa herhaaldelijk gewezen op het ontbreken van een deugdelijke regeling (lees hier en hier). Nog steeds heeft de NZa geen informatiedocument gepubliceerd dat dient om ook nadrukkelijk te voorzien in de mogelijkheid om overeenkomstig de vereisten van het CBb geen tot de diagnose herleidbaar DBC tarief te vermelden, dit zonder dat niet-vermelding van het DBC tarief negatieve financiële consequenties heeft voor de behandelaar. Het ontbreken van een dergelijk document maakt een valide evaluatie, zoals bedoeld door de rechter, dan ook onmogelijk.

 

Wij blijven ons aanbevolen houden voor berichten met betrekking tot uw persoonlijke ervaringen! U kunt deze sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Gepubliceerd: 08 mei 2013

Na de rechterlijke uitspraak van 21-3-2013 is het mogelijk dat alle cliënten - in behandeling voor psychische problematiek - bezwaar kunnen maken tegen de aanlevering van diagnose-informatie aan zorgverzekeraars en aan het DIS.

 

De cliënt hoeft daartoe slechts de door de NZa opgestelde privacyverklaring te ondertekenen bij de behandelend therapeut. Een kopie van deze privacyverklaring moet worden opgestuurd naar de zorgverzekeraar van de cliënt, waarna de therapeut declaraties bij de zorgverzekeraar kan indienen zonder daarop informatie te vermelden die verwijst naar de diagnose.

Ondertekening van de privacyverklaring door de cliënt maakt tevens dat er geen informatie aan het DIS hoeft te worden aangeleverd. Als cliënten gebruik maken van deze “opt-outregeling” ofwel “bezwaarregeling” vloeit daar namelijk uit voort dat de verplichting om informatie aan het DIS aan te leveren komt te vervallen.

Hier vind u de NZa privacyverklaring.

 

Zorgverzekeraars zijn op basis van deze bezwaarregeling verplicht tot een redelijke afhandeling van declaraties zonder diagnose-informatie. In een eerdere uitspraak heeft de rechter bepaald dat een dergelijke redelijke afhandeling geen nadelige gevolgen mag hebben voor de zorgverlener. In de laatste uitspraak van de rechter is ook uitdrukkelijk bepaald dat de NZa verplicht is om de uitvoeringspraktijk van deze bezwaarregeling na verloop van tijd te evalueren.

 

Vanwege het uit uw zorgplicht voortvloeiende beroepsgeheim raadt de KDVP u aan om bij de start van elke behandeling de cliënt de mogelijkheid te bieden bezwaar te maken tegen de aanlevering van diagnose-informatie aan zorgverzekeraars en het DIS door de privacyverklaring te ondertekenen.

 

We hebben gehoord dat sommige zorgverzekeraars overwegen om cliënten die de privacy verklaring hebben ondertekend toch te benaderen met de vraag om aan hun zorgverlener toestemming te geven om alsnog diagnose-informatie te verstrekken aan hen als zorgverzekeraar. Wij willen u er op wijzen dat een dergelijk verzoek in strijd is met de strekking van de bezwaarregeling zoals bepaald door de hoogste bestuursrechter.

 

Hoe in de praktijk gebruik te maken van deze bezwaarregeling:

 

Een door de cliënt ondertekende privacyverklaring moet vòòr indiening bij de betreffende zorgverzekeraar ook getekend worden door de behandelend therapeut. De verklaring moet uiterlijk bij indiening van de declaratie aan de zorgverzekeraar van de cliënt worden toegestuurd. De therapeut bewaart in het cliëntdossier een exemplaar van de afgegeven privacyverklaring.

Volgens de uitspraak van de rechter zijn verzekeraars verplicht om declaraties zonder DBC’s te vergoeden op voorwaarde dat de privacyverklaring is meegestuurd.

 

Wat komt er op de declaratie te staan:

 

  • NAW gegevens van de cliënt
  • Geboortedatum cliënt
  • Naam zorgverzekeraar en polisnummer cliënt
  • AGB code behandelaar (Voor zelfstandig gevestigde zorgaanbieders: de AGB-zorgverlenerscode en - indien van toepassing - de AGB-praktijkcode)
  • DBC startdatum (dit is de datum waarop het eerste contact met de cliënt plaatsvindt, bij vervolg DBC’s is dit de startdatum van de vervolg DBC).
  • DBC einddatum (een DBC wordt afgesloten zodra de laatste activiteit - direct of indirect cliëntgebonden tijd - voor een cliënt is geleverd).
  • Directe cliëntgebonden tijd (dit is het totaal van de tijd in minuten besteed aan de behandeling tijdens contact met de cliënt. Dat kan eventueel nader gespecificeerd worden door het aantal sessies en de sessieduur te vermelden).
  • Indirecte tijd (dit is de indirecte tijd in minuten die bij contact met de cliënt hoort of losstaande indirecte tijd in minuten).
  • Zorgtype; dat is bij een initiële DBC “reguliere zorg” en bij een vervolg DBC “voortgezette behandeling”
  • Aangepast tarief voor de betreffende DBC dat niet eenduidig verwijst naar een diagnose/stoornis.

 

In een voor dit doel gemaakte tabel kunt u van het standaardtarief afwijkende declaratietarieven/privacytarieven vinden die voldoen aan de vereisten van de regeling en die zonder nadere diagnose-informatie geaccepteerd moeten worden doorzorgverzekeraars als een redelijke oplossing waar zij verder geen nadeel van ondervinden.

Hier vind u de tabel declareren met niet-diagnose specifieke tarieven ofwel “privacytarieven”.

 

Omdat hetzelfde tarief in deze tabel twee of meer keren voorkomt, is door zorgverzekeraars niet eenduidig meer vast te stellen om welke diagnose het gaat. Er zijn steeds twee of meer verschillende diagnoses met hetzelfde tarief. In de tabel moet u het “privacytarief” hanteren. Voor 2012 en 2013 zijn deze “privacytarieven” in afzonderlijke tabellen vermeld.

Er kan nu in de praktijk relatief eenvoudig worden gedeclareerd. Het niet diagnose specifieke maximumtarief dat u bij declaratie hanteert is meestal iets lager dan het maximum Nza-tarief, maar dat is onvermijdelijk omdat geen enkel tarief boven het maximum NZa tarief mag uitkomen.

 

Het declareren zal helaas voorlopig met een papieren nota moeten gebeuren, aangezien de NZa de declaratieregels nog moet aanpassen om het mogelijk te maken dat de leveranciers van declaratiesoftware de opt-outregeling/bezwaarregeling in de digitale declaratieprocedure opnemen.

 

Berichten van softwareleveranciers dat het in de loop van deze maand mogelijk zal zijn om behandelingen die zijn gestart in 2013 digitaal te declareren zonder tot de diagnose herleidbare informatie te vermelden, zijn pas effectief en rechtmatig als de aangepaste declaratieprocedures niet langer vereisen dat wordt gedeclareerd op basis van diagnose specifieke bedragen. Wij raden u dan ook voorlopig af gebruik te maken van deze aangepaste digitale declaratie procedures,  zolang niet onomstotelijk is komen vast te staan dat diagnose-informatie ook niet kan worden herleid via het gedeclareerde bedrag.

Voorlopig is een papieren declaratie opgemaakt zoals hierboven beschreven de enige effectieve manier om te declareren zonder diagnose-informatie uit te wisselen.

 

Wij willen alle collega’s van harte uitnodigen om deze regeling in de praktijk te hanteren. Wij horen graag uw ervaringen!! Indien u bij gebruikmaking van deze regeling problemen ondervindt, kunt u deze mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Met uw informatie kunnen wij druk uitoefenen op de NZa om aanpassingen te realiseren. Ook als de regeling wel naar tevredenheid functioneert, horen wij dat graag terug.

Gepubliceerd: 01 mei 2013

KDVP heeft RAAM benaderd met de vraag op welke wijze  de mogelijkheid om – ook in het elektronische declaratieverkeer – diagnosegegevens te maskeren kan worden gegarandeerd. Klik hier voor de betreffende brief.

Gepubliceerd: 10 april 2013

De Stichting KDVP heeft op 9 april aan de voorzitter Raad van bestuur van de NZa, de heer mr. drs. T.W. Langejan, een brief gestuurd om de toezichthouder aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid voor een effectieve, in de praktijk bruikbare uitvoering van de regeling die cliënten/patiënten in de GGZ de mogelijkheid biedt om bezwaar te maken tegen de uitwisseling van diagnose-informatie met zorgverzekeraars en het DIS.

Gepubliceerd: 07 april 2013

Onderstaande concepttekst van een interview met Zorgvisie is onjuist en verkort gepubliceerd door Zorgvisie na contact met de NZa. Helaas betreft het dus geen onafhankelijke journalistiek bij Zorgvisie.

In dit interview -  dat wij tevens naar de NZa hebben gestuurd - kunt u lezen hoe de NZa opnieuw in gebreke blijft bij de invoering van de bezwaarregeling die bij de rechter is afgedwongen.  

 

Ab van Eldijk, voorzitter van de stichting KDVP, is in de basis tevreden met de laatste aanpassingen in de regeling die het voor patiënten in de GGZ mogelijk moeten maken bezwaar te maken tegen de uitwisseling van diagnose-informatie met zorgverzekeraars en de landelijke databank, DIS (DBC Informatie Systeem). Toch laakt hij de opstelling van de NZa. “De NZa heeft bij herhaling uitspraken van de rechter genegeerd door onvolkomen bezwaarregelingen op te stellen waarmee niet effectief kon worden voorkomen dat bij declaratie diagnose-informatie werd uitgewisseld. Bij de laatste beroepsprocedure bleek de NZa de bezwaarregeling op zodanige wijze te hebben aangepast dat het geheel aan zorgverzekeraars werd gelaten om declaraties zonder diagnose-informatie naar eigen inzicht te vergoeden. Dat zou dus ook betekenen dat zorgverzekeraars kunnen besluiten deze declaraties helemaal niet te vergoeden. Door toepassing van een “bestuurlijke lus procedure” heeft de rechter de NZa de gelegenheid gegeven om dit nog tijdens de beroepsprocedure te herstellen. In december is door de NZa een aangepaste regeling gepubliceerd in de Staatscourant  waarmee  zorgverzekeraars bij de afhandeling van declaraties die geen diagnose-informatie bevatten gehouden zijn aan een redelijke afhandeling die geen financieel nadeel inhoudt voor zorgverleners. Dit laatste was al eerder geëist en nadrukkelijk geformuleerd in de uitspraak van de rechter”.

 

Helaas moeten we constateren dat het nog geheel ontbreekt aan een goede en in de praktijk bruikbare uitwerking van de door de NZa geformuleerde bezwaarregeling.“De NZa heeft deze bezwaarregeling weliswaar ingevoerd, maar niet voorzien van een goede en praktische uitleg zodat zorgverleners in de GGZ nu feitelijk niet weten hoe zij voor patiënten die gebruik willen maken van de bezwaarregeling een declaratie moeten opstellen. De mededeling dat bepaalde coderingen die diagnose-informatie bevatten achterwege kunnen blijven is even onduidelijk als onwerkbaar. Ongeacht of ook hier weer sprake is van onwil, onkunde of onzorgvuldigheid; dit blijft verwijtbaar handelen voor een toezichthouder in de zorg. De KDVP zal een eerste praktische uitwerking van de bezwaarregeling op hun website gaan zetten, maar dit ontslaat de NZa niet van de verantwoordelijkheid om zo snel mogelijk een informatiedocument uit te brengen op basis waarvan zorgverleners de bezwaarregeling voor cliënten eenvoudig en effectief kunnen toepassen. Een ander punt van bezwaar is dat de declaraties op papier ingevuld moeten worden, dit terwijl deze regeling uiterst eenvoudig en veel effectiever ingebouwd kan worden in het bestaande digitale declaratiesysteem (voor meer informatie over deze uitvoeringspraktijk zie bijgaand document “Een probleem dat niet behoeft te bestaan”). Dat geven softwareleveranciers ook aan, maar zij kunnen dit pas realiseren als de NZa daarom vraagt. Ook dit komt niet goed van de grond. Het lijkt wel of de NZa steeds bewust de hakken in het zand zet als het er om gaat effectief uitvoering te geven aan een beslissing van de hoogste bestuursrechter. Het optreden van de toezichthouder bij de uitwerking en invoering van deze bezwaarregeling is helaas noch betrouwbaar noch zorgvuldig te noemen”.

 

Het gaat de KDVP primair om de privacy van patiënten in de GGZ en het beroepsgeheim van zorgverleners. De rechter heeft in de door de KDVP gevoerde procedure beslist dat diagnose-informatie die betrekking heeft op de behandeling van psychische klachten raakt aan de kern van het persoonlijke leven. Het is op basis van dit oordeel dat de rechter van de NZa een regeling heeft gevergd die het voor patiënten mogelijk maakt bezwaar te maken tegen de uitwisseling van diagnose-informatie met zorgverzekeraars in het declaratieproces. De KDVP had graag met de NZa samengewerkt om de uitwisseling van informatie in de zorg zo op te zetten dat er respect is voor de privacyrechten van burgers en het beroepsgeheim van zorgverleners. Dat wordt “Privacy by design”genoemd.

Gepubliceerd: 26 maart 2013

Op 21 maart 2013 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) wederom uitspraak gedaan in het door de Stichting KDVP ingestelde beroep tegen de opt-outregeling van de NZa. De NZa had na de vorige rechterlijke uitspraak de opdracht gekregen om een opt-outregeling ofwel uitzonderingsregeling te ontwerpen, die cliënten in de GGZ de mogelijkheid moest bieden om bezwaar te maken tegen het verstrekken van diagnose-informatie aan verzekeraars en aan het DIS. Naar de mening van de KDVP was deze regeling nog niet voldoende effectief om te voorkomen dat diagnostische informatie alsnog bij verzekeraars terecht zou komen bij afhandeling van de declaratie. Vandaar dat de KDVP voor de derde maal in beroep is gegaan tegen de NZa.

 

Bezwaren van de KDVP

 

Een van de bezwaren die de KDVP in haar laatste beroep heeft aangevoerd, had te maken met het feit dat in het declaratieproces volgens de opt-outregeling toch nog een aantal coderingen moesten worden  ingevuld, waaruit de diagnose alsnog kon worden afgeleid.

Nog voor de behandeling van ons beroep ter zitting op 22-11-2012 heeft de NZa op grond van onze bezwaren de eerder getroffen opt-outregeling ingetrokken en vervangen door een nieuwe regeling waarin de bezwarende coderingen niet meer behoeven te worden ingevuld.

De rechter heeft deze gecorrigeerde regeling als uitgangspunt genomen bij de behandeling van dit beroep en geconstateerd dat daarmee door de NZa was voldaan aan onze bezwaren met betrekking tot verplichte coderingen op de declaratie.

Verder had de KDVP in deze beroepsprocedure ondermeer aangegeven dat de Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ (NR/CU -521) - zoals die op 4 september 2012 door de NZa is gepubliceerd in de Staatscourant - op een cruciaal punt niet in overeenstemming was met de opt-outregeling zoals de NZa die had behoren te treffen op basis van de eerdere twee uitspraken van het CBb. In de door de NZa gemotiveerde, maar onjuiste aanpassing van deze regeling, zou het geheel aan zorgverzekeraars zijn om een al dan niet passende betalingsregeling met zorgverleners te treffen als cliënten gebruik zouden willen maken van de opt-outregeling via de privacyverklaring van de NZa. De rechter heeft dit bezwaar ook overgenomen en de NZa heeft vervolgens - nog vóór de uitspraak van de rechter – een aangepaste regeling gepubliceerd in de Staatscourant. Met deze aangepaste opt-outregeling zijn zorgverzekeraars gehouden om een redelijke regeling te treffen voor de afwikkeling van de declaratie, indien cliënten gebruik willen maken van de opt-outregeling door ondertekening van de door de NZa opgestelde standaard privacyverklaring.

Lees hier de aangepaste Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ NR/CU-524, waarin ook de privacyverklaring is opgenomen.

Gelet op deze aanpassingen in de opt-outregeling, die tijdens de beroepsprocedure zijn gemaakt, heeft de rechter in haar uitspraak op 21-3 geoordeeld dat er nu sprake is van een regeling die het mogelijk zou moeten maken om tot een goede afwikkeling van declaraties te komen met zorgverzekeraars, als cliënten besluiten gebruik te willen maken van de opt-outregeling.

Als in de praktijk blijkt dat de gehanteerde privacyverklaring van de NZa - ondertekend door cliënt en zorgverlener - tot gevolg heeft dat zorgverzekeraars toch nadelige (financiële) consequenties verbinden aan het niet aanleveren van diagnose-informatie op de declaratie, is sprake van verwijtbaar handelen in strijd met de hierbij getroffen opt-out regeling en kan een geschil hierover op grond van artikel 48 Wmg worden voorgelegd aan de rechter.

Daarnaast heeft de rechter de NZa in haar uitspraak gehouden aan hun toezegging dat de werking van deze opt-outregeling over enige tijd moet worden geëvalueerd.

Zowel de door de NZa tijdens deze beroepsprocedure gedane aanpassingen in de opt-outregeling als de eis aan de NZa om de regeling na verloop van tijd te evalueren, heeft de rechter doen besluiten om ons beroep uiteindelijk formeel ongegrond te verklaren.

Lees hier de uitspraak van de CBb rechter d.d. 21-3-2013.

 

Wat betekent de definitieve opt-outregeling voor u als hulpverlener in de praktijk

 

Als hulpverlener kunt u vanaf nu al uw cliënten de mogelijkheid bieden om bezwaar te maken tegen vermelding van diagnose-informatie op de declaratie en tegen aanlevering van alle gegevens aan het DIS. Als uw cliënten aangeven van deze opt-outregeling gebruik te willen maken, dient de privacyverklaring van de NZa te worden ingevuld door zowel de cliënt als de therapeut. Deze verklaring moet aan het dossier van de cliënt worden toegevoegd en aan de verzekeraar worden opgestuurd. Wij raden u aan om altijd zelf een kopie te bewaren. Om te voorkomen dat uit het uiteindelijke tarief alsnog de diagnose kan worden afgeleid, zijn verzekeraars verplicht om een afwijkend tarief te accepteren; dit tarief mag echter niet hoger zijn dat het maximum NZa tarief. En als uw softwareleverancier geen digitale rekening kan maken zonder diagnose-informatie, is de verzekeraar ook verplicht om op basis van deze uitspraak een papieren rekening in behandeling te nemen.

In de “Aangepaste Regeling Declaratiebepalingen DBC’s in de curatieve GGZ NR/CU-524” staat onder punt 10 beschreven hoe van de opt-outregeling/uitzonderingsregeling in de verzekerde zorg gebruik kan worden gemaakt met o.a. de privacyverklaring, die als bijlage 1 is toegevoegd. Op de declaratie behoeven DBC-prestatiecode, declaratiecode, lekenomschrijving en DBC-tarief niet meer te worden ingevuld.

Tevens staat in deze regeling vermeld, dat voor zelfbetalers geen diagnose - het gaat ook hier om DBC-prestatiecode, declaratiecode, lekenomschrijving en DBC-tarief - op de rekening hoeft te worden gezet en geen gegevens aan het DIS hoeven te worden aangeleverd.

 

Geef uw ervaringen met deze regeling aan ons door!!

 

Aangezien de NZa door de rechter is verplicht om deze regeling - met gebruikmaking van de privacyverklaring - na verloop van tijd te evalueren, vragen wij u om ervaringen c.q. problemen met deze regeling aan ons door te geven. Alleen als wij informatie kunnen vergaren over hoe deze regeling in de praktijk functioneert, kunnen we dit later bij een evaluatie met de NZa inbrengen.

Wij vernemen graag al uw ervaringen (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) met deze regeling, zoals die door de rechter als voldoende is beoordeeld om in de praktijk te gebruiken.

Gepubliceerd: 15 maart 2013

VPHuisartsen (www.vphuisartsen.nl) heeft op 13 maart 2013 bij de rechtbank te Utrecht de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VzVz) gedagvaard als verantwoordelijke voor het Landelijk Schakelpunt (LSP). Het LSP is het elektronische netwerk dat uitwisseling van gegevens tussen zorgverleners mogelijk moet maken. Dit LSP is per 1-1-2013 van start gegaan. Burgers wordt gevraagd zich aan te melden en toestemming te verlenen voor uitwisseling van hun medische informatie. Deze uitwisseling begint tussen huisartsen, apothekers en huisartsenposten en zal later worden uitgebreid met andere zorgverleners. VzVz wordt onrechtmatig handelen ten laste gelegd vanwege het feit dat het door deze organisatie ingevoerde LSP zodanig ernstige tekortkomingen heeft, dat huisartsen bij deelname zowel hun beroepsgeheim als de privacy van patiënten schaden.

 

Wilt u als professional in de zorg het initiatief van VPHuisartsen om op te komen voor privacy en beroepsgeheim ook steunen door de rechtmatigheid van de LSP-zorgstructuur ter toetsing aan de rechter voor te leggen, teken dan de steunlijst “Bescherming Beroepsgeheim” via www.vphuisartsen.nl.

 

Lees hier het volledige persbericht van VPHuisartsen.

Lees hier de korte samenvatting van de dagvaarding.

Lees hier de uitgebreide samenvatting van de dagvaarding.

Gepubliceerd: 25 februari 2013

Op 17-2-2012 heeft de KDVP beroep ingesteld tegen de definitieve goedkeuring door het CBP van de Gedragscode Zorgverzekeraars met bijbehorend protocol Materiële Controle. Een jaar later, op 21-2-2013, vond uiteindelijk de rechtszitting van dit beroep plaats bij de rechtbank te Amsterdam. De stichting KDVP is van mening dat het CBP in haar definitieve  goedkeuring een onjuiste beoordeling heeft gedaan met betrekking tot privacyrechten van cliënten en bewaking van het beroepsgeheim.

Deze juridische procedure richt zich o.a. op het ontbreken van een afdoende wettelijke legitimatie voor proportionele materiële controles door zorgverzekeraars met als gevolg dat inzage in cliëntdossiers in de praktijk wordt overgelaten aan de willekeur van zorgverzekeraars. Hier kunt u de pleitnotitie van de KDVP lezen.

Lees hier het persbericht over de rechtszaak tegen het CBP.

Gepubliceerd: 04 februari 2013

VPHuisartsen, een belangenvereniging van huisartsen, spant een rechtszaak aan tegen de organisatie die verantwoordelijk is voor het uitrollen van een landelijk systeem voor elektronische uitwisseling [LSP] van medische dossiers. “Het beroepsgeheim staat op het spel.”

Dat zegt Herman Suichies, bestuurslid van VPHuisartsen. Belangrijke zorgkoepels doen mee aan het LSP. “Dus lijkt het wel goed te zitten. Het tegendeel is het geval. Partijen laten zich in een achtbaan naar de afgrond van het medisch beroepsgeheim voeren.”

De rechtszaak wordt aangespannen tegen de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie [VZVZ]. Deze is in 2011 opgericht voor de ontwikkeling en exploitatie van het elektronische systeem voor inzage in medische dossiers, het zogenaamde Landelijk Schakelpunt ofwel LSP. Naast huisartsen (LHV) nemen apothekers (KNMP), Ziekenhuizen (NVZ) en huisartsenposten (VHN) er aan deel.

Op dinsdag 5 februari zal de LHV-Ledenraad zich uitspreken of het op de ingeslagen LSP-weg wil doorgaan. Veel artsen twijfelen, evenals politici. Ook de Consumentenbond is kritisch, met name over de beveiligingaspecten.

VPHuisartsen trekt nu krachtig aan de bel. De vereniging heeft in december 2012  een aantal wezenlijke bezwaren ingebracht tegen het LSP ten aanzien van de zeggenschap over inzage van medische dossiers en de veiligheidsrisico’s . Niet de individuele burger/patiënt samen met de (huis)arts maar externe partijen, zoals belangengroeperingen die in VZVZ vertegenwoordigd zijn, zorgverzekeraars en overheidsinstanties, zullen straks mogelijk bepalen wie toegang krijgen tot de patiëntendossiers. Daarmee komt het beroepsgeheim onder druk te staan.

Beheerder VZVZ is niet van zins aanpassingen waardoor de privacy van burgers beter beschermd wordt, in het LSP-systeem aan te brengen. Een verplichte deelname door huisartsen komt nu dichterbij, omdat binnen VZVZ is afgesproken dat alternatieve communicatiesystemen straks niet meer onderhouden of ontwikkeld worden en de zorgverzekeraars hebben besloten alleen voor het LSP te zullen betalen.

De VPHuisartsen verzet zich hiertegen. “Het beroepsgeheim is een fundamenteel recht van burgers. En artsen hebben er een eed voor afgelegd. Los van de juridische risico’s die artsen lopen vinden we het principieel onjuist om het beroepsgeheim op de tocht te zetten door de zeggenschap over de ontsluiting van gegevens uit handen te geven aan derden binnen een risicovol LSP-systeem”

Ondanks het feit dat de animo voor het LSP (Opt-in) bij burgers tot op heden gering lijkt, vreest VPHuisartsen dat zachte of mogelijk harde dwang deze situatie kan doen kantelen. “En dan is er geen weg terug. Gegevens die openbaar zijn en/of in verkeerde handen terecht komen, haal je nooit meer terug. Het zijn voorspelbare maar ook vermijdbare risico’s . Daarover vraagt VPHuisartsen het oordeel van de rechter”

 

Voor meer informatie: http://nos.nl/artikel/470075-deel-huisartsen-in-actie-tegen-epd.html