Reactie KDVP op nadere Beslissing op Bezwaar van de Autoriteit Persoonsgegevens: KDVP legt de zaak opnieuw voor aan de rechter

Gepubliceerd: 01 december 2016

Nog steeds zet onze stichting zich ten volle in om te realiseren dat er een werkzame regeling wordt gemaakt voor het digitaal declareren met privacyverklaring zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose kan worden afgelezen als patiënt/cliënt en therapeut gebruik hebben gemaakt van de opt-outregeling.

Er zijn naar CBP(nu AP)/ZN/NZa in de afgelopen 3 jaar herhaaldelijk brieven en/of handhavingsverzoeken gestuurd, die successievelijk zijn afgewezen. Daarop heeft de KDVP bezwaar aangetekend en heeft op 9 juli 2015 een hoorzitting plaatsgevonden bij het CBP. Hier kunt u de notitie lezen die de KDVP vorig jaar bij deze hoorzitting heeft ingebracht.

Het CBP heeft na de hoorzitting een Beslissing op Bezwaar genomen en ons bezwaarschrift afgewezen. Wij hebben ons genoodzaakt gezien om tegen deze Beslissing op Bezwaar in beroep te gaan. Hier kunt u ons beroep dd 22-10-2015 lezen. Naar aanleiding van dit beroep was er een rechtszitting gepland op 30-3-2016.

Ondertussen was de NZa in opdracht van de AP gestart met een onderzoek naar de werking in de praktijk van de opt-outregeling, met name naar de mogelijkheid om digitaal te kunnen declareren zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose is af te leiden. Omdat op de zitting bleek dat dit onderzoek nog niet was voltooid, heeft de rechter ter plekke besloten om de zitting te schorsen en heeft de NZa tot eind oktober de tijd gekregen om hun onderzoek af te ronden.

Inmiddels is het onderzoeksrapport van de NZa afgerond en zijn de conclusies bekend. In een nieuwe, nadere Beslissing op Bezwaar, die mede is gebaseerd op het onderzoek van de NZa, stelt de AP kort gezegd dat het digitaal declareren met gebruik van privacyverklaring voldoende naar tevredenheid is geregeld en dat zorgverzekeraars altijd bereid zouden zijn om een willekeurig afwijkend tarief uit te betalen.

De KDVP is het niet eens met deze conclusie. Wij hebben dan ook besloten om het eerder ingestelde beroep aan te houden. In tegenstelling tot wat er wordt geconcludeerd in het onderzoeksrapport van de NZa bestaat er nog steeds geen aangepaste, effectieve, digitale declaratieprocedure, waarmee kan worden voorkomen dat uitgaande van een aangepaste tariefstelling - een tarief dat niet hoger mag zijn dan het maximale toepasselijke DBC tarief - diagnostische informatie wordt aangeleverd aan zorgverzekeraars als gebruik wordt gemaakt van de opt-outregeling.

Er is door de NZa en/of ZN geen officieel document gemaakt en verstrekt aan hulpverleners, waarin concreet staat beschreven hoe zorgverleners digitaal kunnen declareren zonder dat tot de diagnose herleidbare informatie wordt aangeleverd bij afgifte van een privacyverklaring. Er is wel een zgn. “dummycode” gerealiseerd die het mogelijk maakt om een via VECOZO gevalideerde declaratie in te dienen zonder dat diagnose-informatie besloten zit in de betreffende declaratiecode.

Maar er is nog steeds geen effectieve regeling ontworpen voor het vaststellen van het declaratiebedrag zonder dat de diagnose kan worden afgeleid uit het toepasselijke DBC tarief en tegelijk ook niet meer wordt gedeclareerd dan het maximale (toepasselijke) DBC tarief. De validatie van de declaratie door VECOZO is op geen enkele wijze verbonden met de acceptatie en uitbetaling van een aangepaste nota opgesteld op basis van een formele, aangepaste tariefstelling/berekeningswijze om herleiding van diagnose-informatie te voorkomen.

De rechtbank Amsterdam heeft ons nog niet bericht wanneer de voortzetting van de beroepsprocedure die is geschorst op 30-3-2016 zal plaatsvinden.

Hier kunt u ons beroep dd 11-11-2016 tegen de nadere Beslissing op Bezwaar van de AP vinden.