Nieuwe jeugdwet gaat aan vertrouwelijkheid en privacy voorbij

Het kabinet heeft in haar regeerakkoord besloten dat de jeugdzorg gedecentraliseerd moet worden en alle jeugdzorgtaken dus moeten worden overgeheveld naar de gemeente. Deze bestuurlijke en organisatorische structuurwijziging wordt door de gemeenten ingezet onder het motto “1 gezin, 1 plan,1 regisseur”. Tegelijk hoopt men zwaardere, specialistische hulp te kunnen terugdringen.

 

Declaraties in de jeugd-GGZ en privacy

Gemeenten hebben vanaf 2015 contracten afgesloten met jeugdzorgaanbieders voor het verlenen van geestelijke gezondheidszorg. Op grond van deze contracten wordt van zorgverleners gevergd dat zij behandelinformatie op persoonsniveau verstrekken aan de gemeente.

 

Omdat algemene regels en beginselen van het privacyrecht geen uitwerking hadden gevonden in een - van noodzakelijke waarborgen voorziene – wettelijke regeling voor het legitiem aanleveren, verwerken en gebruiken van persoonsgegevens in de jeugdzorg, kozen veel gemeenten ervoor om cliënten bij de toegang tot de zorg een toestemmingsformulier te laten ondertekenen op grond waarvan bij de hulpverlener alle door de gemeente nodig geachte gegevens konden worden opgevraagd.

In maart 2015 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP, voorheen CBP) bezwaar gemaakt tegen deze werkwijze, omdat een dergelijke toestemming niet gezien kan worden als een vrijwillig gegeven toestemming op grond waarvan de aanlevering van informatie op persoonsniveau rechtmatig kan plaatsvinden.

 

Via een brief dd 16-3-2015 heeft de AP er bij de bewindspersonen op aangedrongen om zo spoedig mogelijk te zorgen voor een tijdelijke regeling die met doorbreking van de geheimhoudingsplicht de aanlevering van bepaalde gegevens bij declaratie alsnog mogelijk zou maken.

 

De AP heeft daarbij aangegeven dat een dergelijke tijdelijke regeling aan de volgende voorwaarden zou moeten voldoen:

  1. Er moet zo snel mogelijk een expliciete en specifieke verplichting voor de doorbreking van de geheimhoudingsplicht voor bekostiging van jeugdhulp in de Veegwet worden opgenomen.
  2. De gegevens die jeugdhulpverleners aan gemeenten mogen verstrekken, dienen tot een minimum te worden beperkt. Het kan alleen gaan om de gegevens die gemeenten tot inwerkingtreding van de Veegwet minimaal nodig hebben om de rekening te kunnen betalen en om gevallen van evidente fraude te kunnen tegengaan.
  3. Er moet voor de jeugd-ggz een mogelijkheid zijn om via een zogeheten opt-out aan te geven dat de diagnosegegevens niet op de factuur mogen worden vermeld.
  4. Het uitgangspunt moet worden gehandhaafd om géén materiële controle toe te staan voordat de Veegwet in werking is getreden. Materiële controle betekent dat de gemeente medische gegevens mag verwerken om de rechtmatigheid van de declaratie te controleren. De voorgenomen tijdelijke regeling maakt het mogelijk om in bepaalde gevallen waarbij cliënten een privacyverklaring hebben, wél over te gaan tot deze vorm van controle. Dit zijn juist de cliënten die uitdrukkelijk bezwaar hebben gemaakt tegen het verstrekken van diagnose-informatie aan de gemeente.
  5. De inhoud van de tijdelijke regeling voor het verstrekken van gegevens ten behoeve van de declaraties van jeugdhulp moet zijn afgestemd met vertegenwoordigers van jeugdhulpverleners en gemeenten. Zij moeten gezamenlijk kunnen instemmen met de in de tijdelijke regeling opgenomen minimaal benodigde gegevens.

In verband met de vergadering in de Tweede Kamer op 22-4-2015 over deze tijdelijke regeling heeft de “Privacy Barometer” (www.privacybarometer.nl) een schriftelijke oproep gericht aan de leden van de Tweede Kamer en staatssecretaris van Rijn gestuurd waarin wordt aangedrongen op een duidelijke landelijke regeling die in overeenstemming met vereisten van wet en verdrag (EVRM) geen onnodige inbreuk vormt op privacyrechten van cliënten en ouders noch op het medisch beroepsgeheim.

 

Medio 2015 is met terugwerkende kracht een tijdelijke regeling getroffen om aanlevering en verwerking van een beperkt aantal gegevens bij declaratie een wettelijke basis te geven.

 

Omdat op dit moment nog geen definitieve op de sector toegesneden regels en procedures zijn uitgewerkt voor aanlevering, verwerking, doorlevering, koppeling en gebruik van behandelinformatie op persoonsniveau bij toegang en controleprocedures wordt het aan gemeenten overgelaten om naar eigen inzicht uitwerking te geven aan algemeen geldende vereisten en beginselen vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

In de praktijk is het nu aan gemeente-ambtenaren, aan medewerkers van de wijkteams om naar eigen goeddunken informatie op te vragen en te verwerken.

Dat is onjuist en onverantwoord en leidt tot grootschalige inbreuken op een fundamenteel burgerrecht.

Onze voorzitter is met vertegenwoordigers van ouders en cliëntenorganisaties betrokken bij de uitwerking van een definitieve regeling Jeugdwet. De door VWS en VenJ opgestelde regeling vormt volgens deze partijen noch een juiste, noch een rechtmatige uitwerking van vereisten en beginselen vastgelegd in Wbp en EVRM.

 

Maak gebruik van opt-outregeling bij Jeugd-GGZ

Bij de behandeling van de aanpassing van de Jeugdwet op 5-4-20216 in de Tweede Kamer heeft Staatssecretaris van Rijn nadrukkelijk gewezen op het bestaan van de opt-outregeling bij de behandeling van psychische klachten. Daarbij heeft de staatssecretaris terecht gesteld dat hulpverleners/zorgverleners de jeugdige en/of diens ouders er bij de intake op moeten wijzen dat zij gebruik kunnen maken van deze regeling als zij bezwaar hebben tegen de aanlevering van diagnose-informatie.

Lees hier wat staatssecretaris van Rijn over de opt-outregeling met privacyverklaring heeft gezegd.

Nu vooralsnog deugdelijke regels en procedures ontbreken voor een legitieme aanlevering van behandelgegevens door zorgverleners doen deze er goed aan om naast de privacyverklaring van de opt-outregeling de KDVP Verklaring van Bezwaar (zie www.kdvp.nl en dan naar “Brochures”) op te nemen in het cliëntdossier en bij verzoeken om (diagnose bevattende) informatie te laten weten dat door de betrokkene en/of diens wettelijk vertegenwoordiger bezwaar is gemaakt tegen inzage van dossierinformatie.