Voortgang in de juridische procedure tegen het Systeem Risico Indicatie (SyRI)

Gepubliceerd: 11 februari 2019

In 2018 is door een coalitie van partijen een bodemprocedure gestart tegen de Nederlandse staat over het Systeem Risico Indicatie (SyRI). De stichting KDVP is één van de officiële procespartijen in deze juridische procedure tegen de staat. SyRI vormt namelijk ook een bedreiging voor het medisch beroepsgeheim.

SyRI beoogt burgers te kunnen profileren door persoonsgegevens die bij de overheid in allerlei databanken aanwezig zijn te verzamelen en te koppelen. Dit kan ook bijzondere persoonsgegevens, zoals medische data, betreffen.

Met behulp van geheime - voor de burger onbekende - algoritmen vindt een risico-analyse van de verzamelde en gekoppelde gegevens plaats. Als uit deze analyse van data naar voren komt dat een burger een verhoogd risico voor vormen van fraude of overtredingen zou zijn, wordt hij/zij in het “Register Risicomelding” geplaatst. Burgers worden niet geïnformeerd over het feit dat ze in dit Register Risicomelding zijn geplaatst en kunnen ook niet achterhalen waarom ze daarin zijn opgenomen. De overheid houdt zich hier niet aan haar informatieplicht.

Het Systeem Risico Indicatie heeft gevolgen voor de relatie tussen burgers en overheid. Doordat de overheid informatie die bij verschillende overheidsinstanties over burgers ligt opgeslagen op niet-transparante wijze tegen onverdachte burgers gebruikt, wordt wantrouwen de basis van de verhouding tussen de overheid en haar onderdanen.

Over deze fundamentele maatschappelijke kwestie is door Ronald Huissen vanuit het Platform Bescherming Burgerrechten in het tijdschrift “Sociaal bestek” een uiterst lezenswaardig het artikel gepubliceerd met de titel: “De overheid zet de verhouding met haar burgers op scherp”.

Verwacht wordt dat in de loop van 2019 de eerste zitting zal plaatsvinden over de juridische procedure tegen het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Vermoedelijk zal de zittingsdatum in de periode tussen mei en september vallen. Het is de verwachting dat de rechtbank binnen 6 maanden na de zitting uitspraak zal doen.