Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet en de Wmo in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Dit is het gevolg van de decentralisatie van deze overheidstaken naar gemeenten. Gemeenten hebben de vrijheid gekregen om ieder op hun eigen wijze administratieve processen te regelen. Met als gevolg dat iedere gemeente andere eisen stelt aan gegevensuitwisseling en financiële verantwoording.

Gemeenten hebben vanaf januari 2015 contracten afgesloten met jeugdzorgaanbieders voor het verlenen van geestelijke gezondheidszorg. Op grond van deze contracten wordt van zorgverleners gevergd dat zij behandelinformatie op persoonsniveau verstrekken aan de gemeente.

Omdat algemene regels en beginselen van het privacyrecht in 2015 nog geen uitwerking hadden gevonden in een - van noodzakelijke waarborgen voorziene – wettelijke regeling voor het legitiem aanleveren, verwerken en gebruiken van persoonsgegevens in de jeugdzorg, kozen veel gemeenten ervoor om cliënten als voorwaarde bij de toegang tot de zorg een toestemmingsformulier te laten ondertekenen op grond waarvan bij de hulpverlener alle door de gemeente nodig geachte gegevens konden worden opgevraagd.

In maart 2015 heeft het CBP (Collega Bescherming Persoonsgegevens en sinds 1-1-2016 Autoriteit Persoonsgegevens) bezwaar gemaakt tegen deze werkwijze, omdat een dergelijke toestemming niet gezien kan worden als een vrijwillig gegeven toestemming op grond waarvan de aanlevering van informatie op persoonsniveau rechtmatig kan plaatsvinden.

Via een brief dd 16-3-2015 heeft het CBP er toen bij de bewindspersonen op aangedrongen om zo spoedig mogelijk te zorgen voor een tijdelijke regeling die met doorbreking van de geheimhoudingsplicht de aanlevering van bepaalde gegevens bij declaratie alsnog mogelijk zou moeten maken.

In verband met een vergadering in de Tweede Kamer op 22-4-2015 over deze tijdelijke regeling heeft de “Privacy Barometer” (www.privacybarometer.nl) een schriftelijke oproep gericht aan de leden van de Tweede Kamer en staatssecretaris van Rijn gestuurd waarin wordt aangedrongen op een duidelijke landelijke regeling die in overeenstemming met vereisten van wet en verdrag (EVRM) geen onnodige inbreuk maakt op privacyrechten van patiënten/cliënten en ouders noch op het medisch beroepsgeheim.

Medio 2015 is met terugwerkende kracht een tijdelijke regeling getroffen om aanlevering en verwerking van een beperkt aantal gegevens bij declaratie een wettelijke basis te geven.

Inmiddels heeft het kabinet in de loop van 2020 besloten om de regionale samenwerking van gemeenten bij de inkoop van jeugdzorg te willen verbeteren via de “Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen”, die delen van de Jeugdwet wijzigt. Het wetsvoorstel was van 10 juli tot 6 september 2020 opengesteld voor consultatie. Het kabinet streeft ernaar deze wetswijziging begin 2023 in werking te doen treden.

 

Maak gebruik van de opt-outregeling bij Jeugd GGZ

Bij de behandeling in de Tweede Kamer van de aanpassing van de Jeugdwet op 5-4-2016 heeft Staatssecretaris van Rijn nadrukkelijk gewezen op het bestaan van de opt-outregeling bij de behandeling van psychische klachten. Daarbij heeft de staatssecretaris terecht gesteld dat hulpverleners de jeugdige en/of diens ouders er bij de intake op moeten wijzen dat zij gebruik kunnen maken van deze regeling als zij bezwaar hebben tegen de aanlevering van diagnose-informatie aan zorgverzekeraars en DIS.

Lees hier wat staatssecretaris van Rijn over de opt-outregeling met privacyverklaring heeft gezegd.

In verband met een legitieme aanlevering van behandelgegevens doen zorgverleners er goed aan om naast de privacyverklaring van de opt-outregeling de KDVP Verklaring van Bezwaar (zie www.kdvp.nl en dan naar “Documenten/Praktijkinformatie”) op te nemen in het cliëntdossier en bij verzoeken om (diagnose bevattende) informatie te laten weten dat door de betrokkene en/of diens wettelijk vertegenwoordiger bezwaar is gemaakt tegen inzage van dossierinformatie.