Gepubliceerd: 02 april 2018

Een groep maatschappelijke organisaties, bestaande uit het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, Stichting KDVP en de Landelijke Cliëntenraad hebben de staat aangeklaagd vanwege het risico profileringsysteem SyRI. De auteur Tommy Wieringa en publicist/filosoof Maxim Februari hebben zich op persoonlijke titel als eisers aangesloten.

Deze coalitie van eisers is van mening dat SyRI een regelrechte bedreiging vormt voor onze democratische rechtsstaat, omdat de profilering van burgers op basis van SyRI in strijd is met het recht op privacy zoals neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Doel van de rechtszaak is het doen stoppen van de risicoprofilering van ONverdachte burgers in Nederland. De voorbereiding van deze aanklacht heeft in 2017 plaatsgevonden en uiteindelijk is op 27 maart jl. de dagvaarding uitgebracht en is de staat formeel aangeklaagd. De volledige dagvaarding is te raadplegen op de website van Deikwijs Advocaten www.deikwijs.nl.

 Het Systeem Risico Indicatie van het ministerie van SZW maakt het mogelijk om persoonsgegevens van onverdachte burgers uit allerlei databanken te koppelen. Met behulp van geheime - voor iedereen onbekende – algoritmen vindt een risico-analyse van burgers plaats. Wanneer volgens SyRI sprake is van een verhoogd risico kunnen burgers worden opgenomen in het Register Risicomelding. Dit register is door een groot aantal instanties in te zien.

Het is echter onduidelijk welke gegevens voor welk soort risico-analyses worden gebruikt, ook onduidelijk is welke analyses worden uitgevoerd en wat een burger precies tot een risico maakt. Het is voor burgers onmogelijk om te achterhalen hoe een risicomelding tot stand is gekomen en bijgevolg is het ook niet mogelijk om een onjuiste melding te weerleggen. Bovendien zijn onvoldoende waarborgen gerealiseerd om te voorkomen dat de risicoprofielen die SyRI over burgers maakt vervolgens worden ingezet in andere domeinen. SyRI wordt dan ook getypeerd als een “Black Box” voor het profileren van burgers.

In 2014 is de wetgeving voor SyRI goedgekeurd door zowel de Tweede als Eerste Kamer ondanks fundamentele bezwaren van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens over de rechtmatigheid van het systeem. Vanaf dat moment zijn er al talloze wijken in Nederlandse steden met behulp van SyRI doorgelicht.

Parallel aan en in samenhang met de huidige juridische procedure tegen de Nederlandse staat is op 19 januari jl. de publiekscampagne (www.bijvoorbaatverdacht.nl) van start gegaan met een kick-off bijeenkomst in “De nieuwe liefde” te Amsterdam. Deze campagne heeft als doel een publieke discussie op gang te brengen over de profilering van burgers door de overheid en de invloed die dit kan hebben op fundamentele rechten en vrijheden die de grondslag vormen van onze democratische rechtsstaat.

Gepubliceerd: 01 april 2018

De LVVP heeft haar leden in een recent nieuwsbericht laten weten, dat de automatische aanlevering van ROMdata aan SBG via SVR (Stichting Vrijgevestigden ROMmen) per 20 maart op “niet aanleveren” is gezet. Vervolgens is er onlangs door de LVVP een “switch” gerealiseerd waarmee vrijgevestigde hulpverleners zelf kunnen kiezen of ze wel/niet ROMdata aanleveren aan SBG. Vanaf 28 maart is het in principe mogelijk om de switch zelf weer op “aanleveren” te zetten.

Met dit besluit wordt de verantwoordelijkheid voor de aanlevering van ROMdata aan SBG neergelegd bij de individuele hulpverlener. Hoewel dat op zich geen verkeerde keuze is, is de technische maatregel die in dit LVVP nieuwsbericht wordt aangekondigd onjuist, onvolledig en in strijd met de wet. In de eerste plaats moet deze maatregel technisch op zodanige wijze worden uitgevoerd dat het mogelijk is om per cliënt aan te geven of toestemming is verkregen voor aanlevering van ROMdata. Daarnaast had de LVVP haar leden er nadrukkelijk op moeten wijzen dat hervatting van aanlevering van ROMdata alleen mogelijk is als de cliënt daarvoor voorafgaand expliciet toestemming heeft verleend.

Zonder de expliciete geïnformeerde toestemming van de cliënt is aanlevering van ROMdata alsnog onrechtmatig. In een dergelijk geval lopen vrijgevestigde hulpverleners het risico door cliënten te worden aangeklaagd vanwege het feit dat zij bij aanlevering van ROMdata - ROM-vragenlijsten èn complete MDS dataset - in strijd handelen met hun medisch beroepsgeheim. Het is aan de LVVP om het nieuwsbericht over deze switch/maatregel zo snel mogelijk aan te passen om te voorkomen dat hun leden worden geconfronteerd met een “terechte” aanklacht van de kant van de cliënt.

Gepubliceerd: 18 maart 2018

Actiecomité “StopbenchmarkmetROM” stuurt oproep aan bestuurders en cliëntenraden van alle GGZ instellingen om de aanlevering van ROMdata op basis van “veronderstelde toestemming” aan de Stichting Benchmark GGZ (SBG) te staken. Onze stichting KDVP ondersteunt dit initiatief van harte.

In oktober 2017 is er door GGZ Nederland een advies uitgebracht aan de GGZ instellingen die eerder besloten hadden het aanleveren van ROM-data (tijdelijk) op te schorten om die bewuste aanlevering aan de Stichting Benchmark GGZ te hervatten op basis van veronderstelde toestemming.

Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer dd 26-3-2017 (www.rekenkamer.nl/Publicaties/ Onderzoeksrapporten/Introducties/2017/01/ Bekostiging_van_de_curatieve_geestelijke_gezondheid) en de brief van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) uit maart 2016, heeft de minister in maart 2017 zelf moeten toegeven dat de aanlevering van ROM-data aan de Stichting Benchmark GGZ onrechtmatig is. Ook na pseudonimisering van de aangeleverde medische gegevens kunnen ROM-data door koppeling aan andere data eenvoudig  worden herleid tot “personen van vlees en bloed”.  En dit is ruimschoots gebeurd zonder dat cliënten hiervan op de hoogte waren.

Het feit dat GGZ Nederland gekozen heeft voor het hervatten van aanlevering op basis van “veronderstelde toestemming” duidt er overigens op dat men wel degelijk beseft dat het bij deze aanlevering om persoonsgegevens gaat.

Om deze data te mogen doorleveren aan derde partijen die niet bij de behandeling zijn betrokken zoals ZorgTTP/SBG, is echter expliciete toestemming van de cliënt vereist.

 

Het actiecomité “StopbenchmarkmetROM” heeft op 14 maart jl. de bestuurders van alle GGZ instellingen per aangetekende brief gesommeerd om het aanleveren van ROM-data alsnog te staken. Hier kunt u de brief aan bestuurders van de GGZ instellingen vinden.

Op 15 maart is er een aangetekende mail uitgegaan naar de cliëntenraden van diezelfde GGZ instellingen met daarin opgenomen een kopie van de hierboven vermelde brief aan de besturen. Volgens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) moeten cliëntenraden betrokken worden bij beslissingen die te maken hebben met deze aanlevering van medische gegevens aan ZorgTTP/SBG.

Hier vind U een persbericht van het actiecomité “StopbenchmarkmetROM”over dit initiatief:

Persbericht: GGZ-zorgbestuurders gesommeerd te stoppen met aanlevering van bijzondere persoonsgegevens aan SBG – Stop Benchmark met ROM

Onlangs verscheen over dit onderwerp een artikel van de hand van niet-praktiserend huisarts W.J. Jongejan getiteld: “Besturen van GGZ-instellingen de wacht aangezegd over ROMdata”.