Hoger Beroep van de KDVP tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) inzake de Gedragscode Zorgverzekeraars

Gepubliceerd: 06 oktober 2021

Op 2 november 2021 dient het Hoger Beroep bij de Raad van State in de juridische procedure van de KDVP tegen de AP over de Gedragscode Zorgverzekeraars.

 

Deze reeds jarenlang lopende juridische procedure over verwerking en gebruik van  medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars betreft het feit dat procedures en bedrijfsprocessen voor de verwerking van medische persoonsgegevens – zoals die werden vastgelegd in de Gedragscode Zorgverzekeraars – niet zijn aangepast en bijgesteld op basis van de rechterlijke uitspraak van 13-11-2013. De rechtbank Amsterdam heeft in november 2013 de goedkeuring van die gedragscode door het toenmalige CBP (College Bescherming Persoonsgegevens en sinds 1-1-2016 Autoriteit Persoonsgegevens) vernietigd, omdat de in de Gedragscode Zorgverzekeraars beschreven procedures en bedrijfsprocessen geen juiste uitwerking vormen van de Wbp en het EVRM.

 

Noch door de toezichthouder (tot 1-1-2016 CBP en daarna AP) noch door ZN (Zorgverzekeraars Nederland) is echter na de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2013 actie ondernomen om de in de gedragscode vastgelegde procedures en bedrijfsprocessen aan te passen, dit terwijl ZN en zorgverzekeraars wèl nadrukkelijk hebben laten weten dat zij zich aan deze gedragscode gehouden achten, ook nadat de door het CBP verleende goedkeuring daarvan door de rechter was vernietigd. Het uitblijven van aanpassing van verwerkingsprocedures aan de uitspraak van de rechter heeft inmiddels geleid tot het jarenlang niet-legitiem verwerken van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars.

Op 18 juli 2017 vond de zitting plaats over het beroep van de KDVP tegen het uitblijven van handhavend optreden door de AP om te komen tot aanpassing van werkwijzen en procedures aan de uitspraak van rechtbank Amsterdam uit 2013.

Tijdens die zitting op 18 juli 2017 bij de rechtbank Amsterdam over dit beroep tegen de AP is door de rechter voorgesteld een mediation procedure te starten om zo samen met de AP, NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en ZN te komen tot aanpassingen zoals gevergd door de rechterlijke uitspraak uit 2013. De mediation procedure werd vervolgens helaas behoorlijk gefrustreerd door de weigering van AP, NZa en ZN om constructief mee te werken aan het realiseren van de gevergde aanpassingen zoals in de zitting van 18 juli afgesproken. De KDVP heeft deze mediation na een half jaar dan ook besloten te staken vanwege gebrek aan inzet van de kant van partijen die op de zitting wèl hadden ingestemd met de mediation.

Vervolgens is de zaak teruggegeven aan de rechter en heeft op 8 december 2020 een (kortdurende) rechtszitting plaatsgevonden. De uitspraak in deze procedure is gedaan op 25 januari 2021. De rechter heeft de eisen van de KDVP op de hervatte zitting - die eerder geschorst was om mediation mogelijk te maken – echter ineens niet-ontvankelijk verklaard. De KDVP heeft om zowel inhoudelijke, als ook procedurele redenen besloten om Hoger Beroep tegen deze uitspraak aan te tekenen bij de Raad van State. Hier kunt u het hoger beroep van de KDVP lezen.

De zitting vindt plaats bij de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak

Datum: 2 november 2021

Tijd: 11:00 uur

Locatie: Kneuterdijk 22, 2514 EN, Den Haag

De zitting is weliswaar openbaar, maar het is raadzaam om van tevoren contact op te nemen met de Raad van State om u te laten informeren over de dan geldende regels ten aanzien van het bijwonen van een rechtszitting i.v.m. COVID-19.

N.B. Zie voor een uitgebreide versie van dit nieuwsbericht het KDVP nieuwsbericht van 12 maart 2021.